achtergrondinformatie
 
Geschiedenis van Schloss Werenwag
   
ca. 1100 Ontstaan van Schloss Werenwag.
eind 1100 Vazallen van de graven van Hohenberg-Haigerloch vernoemen zich naar de burcht Werenwag. Voor die tijd waren zij vermoedelijk leenheren van de Graven Von Heiligenberg.
De beroemde minstreel Hugo von Werenwag is waarschijnlijk één van hen. Zes van zijn liederen staan in de Grosse Heidelberger Liederhandschrift (Manesse).
De verhuizing van de Werenwags naar Reutlingen (omstreeks 1500) staat in verband met de omschakeling naar het protestantse geloof. Hierdoor komt ook een eind aan het leenheerschap.
1216 Albert I von Werbinwac, getuige in een document waarin Koning Hendrik VII bescherming biedt aan het Klooster Wald.
1253 Albert, getuige in een document betreffende de verkoop van onroerend goed in Irndorf aan het Klooster Beuron door Walter von Kallenberg en Heinrich von Wildenfels.
1255 Albert, bij Graaf Friedrich op de burcht Hohenzollern.
1258 Albert en Hugo von Werenwag, getuigen in een document van Graaf Albert von Hogenberg en de gebroeders Von Hewen.
1267 Een ridder Von Werenwag plundert het Klooster St. Gallen en neemt de abt Dietmar gevangen.
1268 Albert von Werenwag ziet af van zijn rechten op een hof in Balingen ten gunste van het Klooster Kirchberg. Vermoedelijk gaat het om het afkopen van een in 1267 begaan misdrijf.
1274 Heinrich I, maakt onderdeel uit van het gevolg van Koning Rudolf von Habsburg in Zürich.
1284 Albert en Heinrich I verkopen een wijngaard in Emdingen/Baden.
1316 Hugo II, getuige bij de verzoening van een strijd tussen Ulrich von Ostrach en het Klooster Salem.
1319 De broers Albert IV en Heinrich II, leden van het gerechtshof Mühlheim.
1328 Heinrich II, getuige in een document van Graaf Friedrich von Zollern.
1372 Heinrich III doet een schenking aan het klooster Beuron.
1377 Heinrich III vertegenwoordigt Graaf Friedrich von Zollern.
1381 Graaf Rudolf III von Hohenberg verkoopt zijn graafschap met de heerlijkheid Werenwag voor 66.000 gouden guldens aan aartshertog Leopold van Oostenrijk.
1442 Heinrich IV von Werenwag, bezitter van Oostenrijkse leengoederen.
1464 Marquardt von Werenwag overhandigt aan Aartshertoging Mechthild van Oostenrijk meerdere leengoederen en verzoekt haar om deze aan zijn vader Georg toe te wijzen.
1497 Georg ontvangt van Koning Maximiliaan meerdere leengoederen in Nusplingen, Brühl en Reichenbach.
ca. 1503 De Oostenrijkse leengoederen worden onttrokken aan de Werenwags.
1533 Keizer Ferdinand geeft de leengoederen aan de Werenwags - die zich inmiddels in Reutlingen hebben gevestigd - terug. Daarna wordt het leengoed aan de in Augsburg wonende katholieke tak doorgegeven. Spoedige overdracht volgt echter aan de Heren Von Laubenberg.
1629 Graaf Egon von Fürstenberg verkrijgt van Oostenrijk de heerlijkheid Werenwag.
1635 Graaf Egon overlijdt in Konstanz.
1653 Graaf Wilhelm Egon, zoon van Egon von Fürstenberg, verkrijgt de heerlijkheden Werenwag en Jungnau.
1657 Graaf Ferdinand Friedrich von Fürstenberg, broer van Wilhelm Egon, verkrijgt de burcht. Zijn enige zoon sterft in 1676 in Philipsburg door een musketkogel.
1676 Vorst Anton Egon, zoon van Hermann Egon (broer van Graaf Ferdinand Friedrich) komt in het bezit van Werenwag.
1678 Verlies van de heerlijkheid.
1721 Verkoop van de heerlijkheid voor 40.000 gulden aan Vrijheer Marquart von Ulm-Erbach.
1830 Terugaankoop door de vorsten Von Fürstenberg.
1891 Brand in slot Werenwag.
1911 Schade aan de burcht door de aardbeving van 16 november. De toren naast het trappenhaus vertoont grote scheuren. De steenplaten op de tinnen van de toren worden gedeeltelijk op het dak geslingerd en richten daar ernstige schade aan. De schoorstenen op het dak storten in.